Handleiding Routekaart Bijenlandschap

Deze handleiding hoort bij de Routekaart Bijenlandschap. Deze routekaart bestaat uit een schema met succesfactoren voor een bijenlandschap, waarin onderscheid wordt gemaakt in verschillende fases van netwerkvorming van het Bijen- landschap en in verschillende opbrengsten waarvoor aandacht nodig is. Hiermee kan een beginnend bijenlandschap efficiënter het sociale netwerk opbouwen en wilde bestuivers in het landschap effectief bevorderen. Voor bestaande netwerken is de routekaart een hulpmiddel om hun effectiviteit te toetsen en te verbeteren.

Toelichting bij de Routekaart Bijenlandschap
Toelichting bij de succesfactoren in de routekaart
Analyse ingevulde Routekaart Bijenlandschap
Verder lezen
Bijlage ‘4 returns-model’ van Commonland  

Download de handleiding voor offline gebruik: Handleiding Routekaart Bijenlandschap (A4, pdf, 1,1 MB)

Wat is een bijenlandschap?

Een ‘Bijenlandschap’ is een sociaal netwerk dat zich inzet voor het bevorderen van wilde bestuivende insecten op regionale schaal. Daarnaast duiden we met deze term óók het bestuiversvriendelijke landschap aan, dat hierdoor ontstaat.

Om bestuivers te helpen, is het van belang niet alleen te kijken naar maat- regelen die op zichzelf staan, zoals een enkele bloemenrand of bijenhotel. Ook, en juist, is het toepassen van allerlei combinaties daarvan in het landschap van belang. Daarom is het zaak goed na te denken over inrichting en beheer op landschapsschaal en om maatregelen in samenhang te nemen. Dat maakt het meteen ook ingewikkeld, want ons landschap wordt niet beheerd door één organisatie, maar door veel verschillende actoren.

Veel particulieren, bedrijven, overheden en organisaties willen zich inzetten voor ‘de bij’. Voor het bevorderen van een diversiteit aan bestuivers zijn maatregelen nodig op de schaal van een landschap. Daarom is het samen- werken van deze partijen op landschapsschaal van belang om de maatregelen die ze nemen effectief te laten zijn voor het duurzaam voorkomen van een diversiteit aan wilde bestuivers in hun landschap.

Hoewel het samenwerken in deze netwerken geen doel op zich is, het gaat tenslotte om het bevorderen van de aanwezigheid van wilde bestuivers, zien we dat het werken in bijenlandschappen ook andere voordelen biedt. Het biedt partners de mogelijkheid om gezamenlijk te leren, om onderling vertrouwen en sociaal kapitaal op te bouwen en om koppelkansen met andere functies te benutten. Ook kunnen er door een grotere slagkracht sneller aansprekende voorbeelden worden gerealiseerd.

Illustratie: Natasha Sena - Clasp Visuals

Toelichting bij de Routekaart Bijenlandschap

Waarom deze routekaart?

Het gaat niet goed met onze wilde bestuivende insecten. Veel mensen nemen daarom het initiatief om de hoeveelheid en verscheidenheid aan bijen, vlinders en andere bestuivende insecten te bevorderen. Lokale, geïsoleerde maat- regelen alléén zijn, hoewel kleurrijk en sympathiek, onvoldoende om de negatieve trend van wilde bestuivers te keren. Daarvoor zijn samenhangende maatregelen in een groter gebied nodig.

Geen enkele overheid, bedrijf, organisatie of burger kan in zijn eentje een landschap geschikter maken voor wilde bestuivers. Door samen te werken in een ‘bijenlandschap’ kunnen verschillende partijen hun maatregelen op elkaar afstemmen, waardoor deze elkaar gaan versterken. Op die manier kunnen we de neergaande ontwikkeling van onze bestuivende insecten makkelijker ombuigen in een positieve.

Onder een bijenlandschap verstaan we een sociaal netwerk waarin meerdere partijen samenwerken om in een gebied ten minste één Bed & Breakfast- gebied (B&B) voor bestuivers te realiseren. Een B&B is een robuust, min of meer aaneengesloten leefgebied, waar een hoge diversiteit aan bestuivende insecten duurzaam voor kan komen.

Hoe is de Routekaart Bijenlandschap opgebouwd?

De routekaart is in feite een tabel waarin succesfactoren voor een effectief bijenlandschap worden benoemd. In de kolommen worden de opbrengsten van een bijenlandschap benoemd: ‘Sociaal netwerk’, ‘Inspiratie en leren’, ‘Ecologisch netwerk’ en ‘Kosten en meerwaarde’. Deze indeling bouwt voort op het ‘4 returns-model’ van Commonland.

In de rijen van de routekaart zijn vier fases van netwerkvorming van een Bijenlandschap benoemd:
1 Voorbereiding, waarin een netwerk opstart en zich vormt;
2 Netwerkvorming, waarin een netwerk gezamenlijk activiteiten ontplooit zoals het benoemen van een gezamenlijke ambitie en de vorming van een visie;
3 Planvorming, waarin een netwerk gezamenlijke activiteiten plant om zijn ambitie te realiseren;
4 Uitvoering, waarin het netwerk gezamenlijk activiteiten uitvoert om zijn ambitie te realiseren.

De fases zijn in de routekaart weergegeven alsof ze elkaar opvolgen (linkerpijlen in figuur hieronder). Een netwerkaanpak is echter niet hetzelfde als een projectaanpak, de fasering is in de praktijk daarom minder lineair. Netwerken groeien en krimpen. Planning, uitvoering en monitoring lopen wat meer door elkaar. In de praktijk zal daarom vaak sprake zijn van een proces, waarbij teruggekeerd wordt naar eerder doorlopen fases om de koers zo nodig te wijzigen of verder aan te scherpen (pijlen rechts in figuur hieronder).

Schema van opvolgende fasen

Fases in het ontstaan van een bijenlandschap

Waarop zijn de succesfactoren in de Routekaart Bijenlandschap gebaseerd?

De benoemde succesfactoren en de aandachtspunten in de routekaart zijn gebaseerd op de lessen die zijn getrokken uit de ontwikkeling van een aantal bijenlandschappen in de periode 2016 tot 2020. Deze bijenlandschappen zijn door Wageningen Environmental Research in hun ontwikkeling gevolgd in het kader van de ‘Kennisimpuls bestuivers’, gefinancierd door het ministerie van LNV.  

Waarom zijn wilde bestuivers belangrijk?

Veel mensen kennen de honingbij. Dat er naast de honingbij in Nederland nog 357 wilde bijensoorten bestaan, is minder bekend, evenals het feit dat er 330 verschillende soorten zweefvliegen zijn die belangrijk zijn voor bestuiving en bladluisbestrijding. Vlinders dragen ook hun steentje bij aan bestuiving. Deze bestuivers bestuiven onze planten, struiken en bomen. Ze zijn economisch van waarde voor de fruitteelt en in de akkerbouw bij natuurlijke plaagbestrijding.

Wilde, bestuivende insecten kom je overal tegen. Met name hommels en vlinders zijn heel zichtbaar; we zien ze zelfs rondvliegen in de meest versteende omgevingen. We zien dan echter maar een klein deel van de honderden wilde, bestuivende insectensoorten, en dan vooral de soorten die ver kunnen vliegen en niet zo kieskeurig zijn. Daardoor weten ze zelfs in onze bloemenarme omgeving hun voedsel bij elkaar te sprokkelen.

De meeste soorten zijn echter veel beperkter in hun vliegvermogen en in hun voedselkeuze. Wilde bijen zijn daarbij extra beperkt in de afstanden die ze af kunnen leggen bij het zoeken naar voedsel, omdat ze steeds weer terugkeren naar hun nestelplek. Ze slaan daar het verzamelde stuifmeel in hun nest in broedcellen op. Elke broedcel bevat een eitje dat met het voedsel zal uitgroeien tot een nieuwe bij. Wilde bijensoorten hebben daardoor een beperkte actieradius rond hun nest. Zo kunnen veel bijensoorten niet verder dan 100 meter van hun nest naar voedsel zoeken. Als er binnen die afstand (tijdelijk) geen bloemen te vinden zijn, bijvoorbeeld doordat alle grassen en kruiden in de omgeving zijn afgemaaid, wordt het voor de bijen lastig of zelfs onmogelijk om zich voort te planten.

De afgelopen decennia is het aantal wilde bestuivers in ons landschap alarmerend teruggelopen. Veel soorten worden bedreigd of zijn zelfs al uit Nederland verdwenen. Te weinig bloemen en bloemsoorten in ons landschap is daarvan een belangrijke oorzaak. 

Aan de slag met de Routekaart Bijenlandschap

Als u wilt toetsen hoe u een bijenlandschap kunt beginnen of ontwikkelen, kunt u de routekaart en deze handleiding als volgt gebruiken:

  • Vink de hokjes aan in de Routekaart Bijenlandschap die voor uw netwerk van toepassing zijn. Een gestructureerde manier om de routekaart in te vullen, is om in het vak linksboven (’Sociaal netwerk - Voorbereiding’) te beginnen, en na te gaan welke vakjes u kunt aankruisen. Daarna doet u hetzelfde voor de netwerkvorming, de planvorming en de uitvoering. Als u geen vinkjes meer kunt zetten, dan schuift u in de routekaart een kolom naar rechts om wederom te bezien in welke ontwikkelfase deze opbrengst verkeert. 

  • Als de gebruikte termen in de routekaart toelichting behoeven, kunt u deze vinden in hoofdstuk 2 van deze handleiding.

  • Analyseer de ingevulde routekaart met behulp van de aanwijzingen in hoofdstuk 3 van deze handleiding. 

  • In hoofdstuk 4 staan verwijzingen naar websites waar u meer informatie kunt vinden die u als bijenlandschap nodig kunt hebben.

  • In de bijlage vindt u meer informatie over het concept van de opbrengsten dat is gebruikt bij deze routekaart.

Bouwstenen voor een ‘Bijenlandschap’

Met een bijenlandschap voor bestuivers, ook wel ‘bijenlandschap’ genoemd, bedoelen we zowel het sociale netwerk van de mensen die samenwerken aan het bevorderen van wilde bestuivers, als het ecologisch netwerk van plekken in het landschap waar wilde bestuivers hun voedsel- en nestelplekken kunnen vinden. Deze twee netwerken hangen nauw samen: mensen kunnen het landschap geschikter of ongeschikter maken voor bestuivers; het landschap biedt de maatschappij daardoor meer of minder landschapsdiensten, zoals een betrouwbare bestuiving, schoonheid, waterinfiltratie, inspiratie en educatie.

In 2015 ging Groene Cirkels Bijenlandschap in de regio rond Leiden, Zoetermeer en Alphen aan den Rijn van start (zie www.bijenlandschap.nl). Door de initiatiefnemers is een sociaal netwerk opgebouwd van partners die samen wilden werken aan een ‘Bijenlandschap’. Een eerste vraag van deze partners was: Wanneer is het landschap eigenlijk een bijenlandschap en wat moeten we daarvoor doen?

Onderzoekers van WENR, EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden en De Vlinderstichting hebben het bijenlandschap gedefinieerd als een landschap waarin een diversiteit aan wilde bestuivers duurzaam kan voorkomen omdat er voldoende voedsel- en nestelplekken zijn die voor de wilde bestuivers ook voldoende samenhang hebben. Daarnaast dienen deze plekken bij-vriendelijk beheerd te worden.

Deze onderzoekers zochten ook uit wat dat concreet inhoudt voor het gebied rond Leiden, Zoetermeer en Alphen aan den Rijn. De soorten wilde bestuivers die er kunnen voorkomen, variëren enorm in het type voedsel dat ze nodig hebben, de plekken waar ze nestelen en de afstand die ze af kunnen leggen. Om tot richtlijnen voor het bijenlandschap te kunnen komen, werden de wilde bestuivers die er kunnen voorkomen ingedeeld in groepen op basis van de eisen die ze aan het landschap stellen: zogenaamde ‘ecoprofielen’. Daarnaast werden bouwstenen voor een bijenlandschap ontwikkeld. Op basis van de eigenschappen van de soorten die tot eenzelfde ecoprofiel behoren, konden het soort leefgebied en de benodigde oppervlakte daarvan en samenhang van de bouwstenen worden ingeschat. Met deze bouwstenen kunnen mensen gericht werken aan een bijenlandschap waar bestuivers duurzaam kunnen voorkomen.

In korte tijd werd het bijenlandschap een begrip in de regio en nog steeds sluiten nieuwe deelnemers zich aan. De samenwerking van deze partners aan het bijenlandschap werpt haar vruchten af voor de wilde bestuivers: het aantal soorten wilde bestuivers is in de korte periode van 2015 tot 2018 toegenomen van 68 naar 91 soorten!

Bed & Breakfast-gebieden
Nestelplekken met voldoende voedselplekken binnen 500 meter (> 10% van 1 km2).

Verbindend landschap
Verbindingen tussen Bed & Breakfast-gebieden die uitwisseling tussen B&B- gebieden gemakkelijker maakt voor wilde bestuivers.

Bij-tankstations
Kleine, bij-vriendelijke maatregelen die de groene en grijze ‘woestijn’ tussen B&B-gebieden beter overbrugbaar maakt voor soorten die grotere afstanden kunnen afleggen.

Aandachtspunten bij een Bijenlandschap

  • Start klein, streef naar meer en groter. Hoe meer deelnemers in het bijenlandschap en hoe groter hun diversiteit, hoe beter. Dat wil overigens niet zeggen dat meteen op een groot gebied en netwerk ingezet dient te worden. Vaak is het beter om klein te starten (met paar boeren, een gemeente) dan om het meteen groot te willen aanpakken. 

  • Het ontstaan van een bijenlandschap in een regio is geen doel op zich. In sommige regio’s zullen verschillende netwerken naast elkaar blijven bestaan. Als netwerken weten hoe ze zich tot elkaar verhouden en elkaar weten te vinden, zal dit de effectiviteit van de netwerken ten goede komen.

  • Het opbouwen van een bijenlandschap kost veel tijd en inspanning. Het is een intensief proces waarbij de initiator(en) een groot aantal organisaties weet te overtuigen van het belang van en deelname aan het netwerk. Vaak is alleen de fase van voorbereiding al een langdurig en intensief proces. Deelnemende organisaties investeren in deze fase al veel tijd om tot een gezamenlijk visie en plan te komen waarmee ze financiering voor activiteiten van hun netwerk kunnen aanvragen. 

  • Vertrouwen tussen partners is cruciaal in een bijenlandschap. Partijen moeten elkaar succes gunnen en kennis open willen delen. Anders worden kansen gemist en groeit het netwerk, zowel het sociale als het ecologische, niet door.

  • Geen bijenlandschap is gelijk. Ieder netwerk maakt een eigen proces door en zal zijn eigen fouten maken. Dat is niet te voorkomen en is ook niet erg. Wél is van belang dat er in het netwerk van geleerd wordt.

  • Als een Bijenlandschap eenmaal uit de startblokken is kan er een groot verschil gemaakt worden voor bestuivers (en vele andere soorten) in het landschap. Het landschap krijgt een natuurlijker aanzien. Voor de partners in het netwerk is dit erg belonend.

Toelichting bij de succesfactoren in de routekaart

Sociaal netwerk - Voorbereiding

000

Zorg voor actoren met verschillende rollen
Een sociaal netwerk wordt effectiever wanneer deelnemers een verschillende rol hebben in een regio. Voorbeelden van rollen zijn terreineigenaar, publiek besluitvormer, inspirator, regisseur, financier, kennismakelaar en kennisontwikkelaar.

000

Zorg voor diversiteit in organisaties in het netwerk
De kwetsbaarheid van een bijenlandschap vermindert wanneer er verschillende type actoren aan deelnemen (overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers) en wanneer actoren verschillen in leeftijd. Bij ongunstige ontwikkelingen kan het zijn dat actoren (tijdelijk) minder tijd, aandacht en geld aan het bijenlandschap kunnen besteden. Het netwerk kan dan stilvallen.

Het kan efficiënt zijn om een intermediair tussen verschillende groepen actoren in het netwerk te betrekken. Zo kunnen agrarische natuur- verenigingen, boerencollectieven en LTO/ZLTO als schakel fungeren tussen boeren en gemeenten.

000

Zorg dat er een sleutelfiguur is
Een sleutelfiguur is een regionale verbinder. Zorg dat iemand met een persoonlijke drive uit de regio zelf voor deze rol wordt aan- of vrijgesteld. Een sleutelfiguur legt verbindingen met nieuwe deelnemers en is onontbeerlijk voor de organisatie en verdere ontwikkeling van een bijenlandschap. Deze persoon kán ook de initiatiefnemer van een bijenlandschap zijn, maar dat hoeft niet per se.

$49

Zoek aansluiting met andere netwerken
Vaak bestaan er al regionale en lokale netwerken die zich (zijdelings) op bestuivers richten. Ga dan na hoe de verschillende netwerken en het bijenlandschap zich tot elkaar verhouden. Leg contact met andere netwerken en werk samen waar nodig en waar het kan en kijk hoe u elkaar kunt versterken. Afstemming dient hierbij op organisatie- en managementniveau plaats te vinden, alleen personele overlap is niet voldoende. Het kan zijn dat netwerken naar elkaar toe gaan bewegen en zelfs in elkaar schuiven, omdat ze dezelfde doelen nastreven. Verschillende netwerken met overlap in hun doelstelling(en) kunnen echter ook prima naast elkaar bestaan. Een uitwisseling van informatie en samenwerking zal de effectiviteit van de netwerken wel verhogen.

$49

Betrek burgers en bedrijven
Met het betrekken van boeren en andere bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers komen terreineigenaren in beeld die een belang- rijke rol kunnen spelen met hun grond in het bijenlandschap. Ook helpen zij het lokale en regionale draagvlak te versterken voor beleid dat is gericht op het bevorderen van bestuivers.

$49

Verken elkaars ambities
Het is belangrijk om te zien wat de ambities van de verschillende deel- nemers van het bijenlandschap zijn. Sommige zullen meteen aan de slag gaan en resultaten willen zien, bijvoorbeeld door het inzaaien van bloemzaad of het maken van een bijenhotel. Andere zullen meer programmatisch willen werken: identificeren waar kansen liggen in het landschap (kansenkaart), een uitvoeringsprogramma opstellen met meerjarige projecten en het regelen van de benodigde financiering hiervoor. De deelnemers dienen met elkaar na te gaan of ze dezelfde verwachtingspatronen hebben van de samenwerking met elkaar. Gewoon beginnen werkt voor een aantal betrokkenen soms beter dan eerst alles op alle niveaus af te stemmen.

000

Verken het gemeentelijk beleid
Het is goed om na te gaan wat de gemeente zelf al doet voor bestuivers. Dit voorkomt dat er werk dubbel wordt gedaan en biedt mogelijkheden om elkaar te versterken. Het geprogrammeerde gemeentebeleid kan benut worden om eigen activiteiten op aan te laten sluiten. Probeer na te gaan of het uitvoeringsprogramma voor bestuivers goed geborgd is of geborgd kan worden door het onderdeel te maken van lokale of regionale beleids- plannen. Bijvoorbeeld door hierover ambities en reserveringen op te nemen in een bestemmingsplan, een landschapsontwikkelingsplan, een groenstructuurplan of een omgevingsvisie. En daarnaast natuurlijk in het groenbeheerplan.

Sociaal netwerk - Netwerkvorming

000

Stel een gezamenlijke ambitie vast en formuleer doelen
In de netwerkfase worden de ambities van de diverse deelnemers en de opgaven waar het bijenlandschap voor staat, vaak nog duidelijker. Het samen vaststellen van de ambities van het bijenlandschap en de ver- taling ervan in concrete doelen is een voorwaarde voor succes. Het is nog geen garantie dat het lukt; in de planvorming dienen deze immers nog te worden omgezet naar acties die in de uitvoering daadwerkelijk gerealiseerd dienen te worden.

Ga bijvoorbeeld na wat veranderingen in het sociale netwerk betekenen voor het bijenlandschap. Een netwerk is altijd in beweging. Met het groter of kleiner worden van een netwerk kan ook het gebied waar het netwerk doelstellingen heeft groter of kleiner worden. Stel uw ambities als netwerk dan bij.

000

Start klein, streef naar een groter netwerk
Hoe meer deelnemers in een bijenlandschap, hoe beter. Maar vaak is het beter om klein te starten dan om het meteen groot aan te willen pakken. Begin waar netwerkpartners relatief veel grond hebben en breid van daar uit. We spreken pas van een fysiek ‘bijenlandschap’ als er ten minste één Bed & Breakfast-gebied voor bestuivers gerealiseerd kan worden; een robuust leefgebied, waar een hoge diversiteit aan bestuivende insecten duurzaam voor kan komen. We spreken van een sociaal netwerk wanneer meerdere partners hieraan samenwerken.

000

Verwelkom nieuwe partners
Zorg dat het netwerk makkelijk toegankelijk is voor nieuwe deelnemers die zich aan willen sluiten en dat ze zich welkom voelen. Als een netwerk groter en bekender wordt, kan het voorkomen dat partijen die eerst de boot afhielden alsnog mee willen doen. Dat kan ook te maken hebben met interne processen en bemensing. Schrijf partijen dus nooit af, blijf ze van tijd tot tijd uitnodigen als ze voor het netwerk van belang zijn en houd de deur open. 

$49

Sluit aan bij de doelen in het gemeentelijk beleid en volg dit beleid kritisch
Vaak hebben gemeenten ambities voor het bevorderen van bestuivers en zien we dat lokale bestuurders een convenant voor bijen/bestuivers ondertekenen. Dit is echter niet altijd voldoende om deze ambitie te laten doorwerken in de ambtelijke organisatie en bijvoorbeeld het beheer van de openbare ruimte bij-vriendelijker te maken. Een bijenlandschap voor bestuivers kan hier de functie van kritische waakhond vervullen en ideeën aandragen hoe de gemeente het convenant invulling kan geven.

$49

Betrek een ambtenaar met passie voor bestuivers
Ga op zoek naar een ambtenaar die tijd en moeite steekt in het bevorderen van bestuivers of een bijenlandschap. Dat kan een ecoloog van de gemeente zijn of een bevlogen beleidsambtenaar. Deze energie steekt anderen in de organisatie aan. Werk samen met deze potentiële aanjager en kijk hoe u elkaar kunt ondersteunen. 

$49

Verbind doelen van het bijenlandschap met kansen op andere beleids- terreinen
Het is belangrijk om alert te blijven op ambities van andere partijen die goed zijn te koppelen aan de ambities voor bestuivers. Probeer de doelstellingen van het bijenlandschap te verbinden met doelen op andere beleidsterreinen. Maatregelen voor bestuivers dragen bij aan een groot aantal andere doelstellingen op het gebied van bijvoorbeeld leefomgeving, milieu, sport, gezondheid en ontspanning, waterbeheer en waterkwaliteit, cultuurhistorie, recreatie en educatie. 

000

Speel in op wisselingen van personen
Persoonswisselingen bemoeilijken relaties met een organisatie. Betrek actief nieuwe mensen binnen de organisatie wanneer mensen weggaan. Introduceer nieuwe personen meteen goed in het bestaande netwerk. 

Sociaal netwerk - Planvorming

000

Stel een uitvoeringsprogramma op
In een uitvoeringsprogramma of businessplan worden gezamenlijke doelen vastgesteld, worden projecten benoemd, worden financiering en andere middelen voor de uitvoering geregeld of worden duidelijke afspraken gemaakt om dat te regelen. Probeer in het programma een diversiteit aan bij-vriendelijke maatregelen op te nemen. Denk, naast het creëren van bloemrijke plekken (voedselhabitat), ook aan het creëren van nestelgelegenheid voor wilde bijen (zandige dijkjes, bijenhotel). Probeer ook de maatregelen te plannen op uiteenlopende terreinen, van wegbermen tot parken en bedrijfsterreinen. 

000

Neem monitoring op in het uitvoeringsprogramma
Door monitoring krijgt u inzicht in de resultaten van het uitvoerings- programma. Positieve resultaten zijn erg motiverend voor het sociale netwerk. Sowieso kan er veel geleerd worden van de resultaten. Zie welke aspecten u kunt monitoren onder ‘Ecologie’ in de planvormingsfase. Vergeet niet om een nulmeting te plannen voordat maatregelen worden uitgevoerd. Neem ook controleplekken mee. 

000

Maak bijdragen aan het Bijenlandschap gemakkelijk
Maak het actoren gemakkelijk om bij te dragen aan het Bijenlandschap. Communiceer wat ze concreet zelf kunnen doen, waar ze met anderen hieraan kunnen samenwerken, wanneer er inspirerende lezingen of excursies zijn en waar ze terechtkunnen met vragen en ideeën. Dit kan bijvoorbeeld met een website, nieuwsbrief, brochure, activiteitenkalender, een ‘Bijenhelpdesk’ voor advies en door het organiseren van excursies in het veld. 

$49

Start met laaghangend fruit
Om het draagvlak van betrokkenen te behouden of te vergroten, is het vaak gewenst om al zo snel mogelijk iets zichtbaars te doen. Sommige maat- regelen voor bestuivers zijn simpel te realiseren en enthousiasmeren bewoners en anderen onmiddellijk: denk aan het inzaaien van bloemrijke mengsels bijvoorbeeld. Als een netwerk te lang alleen maar beleid maakt, geen maatregelen uitvoert waardoor er iets in de praktijk is te zien, kan dit het enthousiasme voor een bijenlandschap wegnemen. 

$49

Borg het bijenlandschap voor de middellange en lange termijn
Bij financiering door overheden heeft een bijenlandschap nu vaak een tijdshorizon van maximaal vier jaar, verbonden aan de termijn van ver- kiezingen. Het uitvoeringsprogramma en de projecten hebben daarmee vaak ook geen langere tijdshorizon. Voor het voortbestaan van het netwerk op de middellange en lange termijn is het belangrijk om ook andere bronnen van financiering te zoeken die voor continuïteit kunnen zorgen. Een andere mogelijkheid is om meerjarenprogramma’s aan te gaan die verder strekken dan een politieke termijn van vier jaar. 

Sociaal netwerk - Uitvoering

000

Deel resultaten en evaluaties met het sociale netwerk
Voor het bijenlandschap is het belangrijk om te evalueren hoe de uitvoering van maatregelen uitpakt. Bij-vriendelijk beheer en inrichting is voor veel beheerders nieuw en bij omschakeling van het beheer gaat in het begin niet alles meteen goed. Dat is niet te voorkomen en ook geen probleem, wel is het van belang om in de eerste jaren met de beheerders, wanneer deze geen deel uitmaken van het netwerk, goed contact te hebben en samen te evalueren wat er goed gaat en wat er beter kan. Zo wordt het netwerk een lerend netwerk. 

000

Draag breed uit wat u doet, handel klachten meteen af
Een bij-vriendelijk beheerde berm of terrein ziet er anders uit dan wat mensen gewend zijn. Daar zullen mensen vragen of klachten over hebben. Leg daarom voordat u begint al goed uit wat er gaat veranderen, waarom ander beheer belangrijk is voor bestuivers en wat voor henzelf de meerwaarde kan zijn. Denk vooraf na welke terechte klachten u kunt verwachten en hoe u deze kunt voorkomen of adequaat af kunt handelen. Bij-vriendelijk maaibeheer kan bijvoorbeeld meer distels in een berm tot gevolg hebben, waar boeren last van hebben. U kunt de groenbeheerder dan proactief ‘distelrondjes’ laten rijden, of bij een klacht ervoor zorgen dat de bloeiende distels binnen een dag verwijderd worden.

Inspiratie en leren - Voorbereiding

000

Haal kennis op bij partners die aan boord zijn
In een netwerk is vaak veel kennis en vaardigheid aanwezig: over ecologie, financiën, beleid, maar ook bijvoorbeeld over leren en het organiseren van bijeenkomsten. Een netwerk biedt de mogelijkheid om deze kennis met elkaar te delen en met elkaar te verbinden. Zo hoeft niet iedereen overal verstand van te hebben. Kennis delen kan telefonisch of via sociale media, maar is effectiever wanneer een grotere groep met elkaar in gesprek gaat in een bijeenkomst of tijdens een excursie bijvoorbeeld. 

000

Haal kennis op bij de buren die verder zijn
Er zijn al meer regionale netwerken opgezet die gericht zijn op het bevorderen van bestuivers. Natuurlijk kent ieder netwerk zijn eigen dynamiek, toch kan er ook geleerd kan worden van andere regionale netwerken, met andere organisaties en personen. 

000

Maak een beginnend netwerk met globale ambities breed bekend
Vaak willen startende initiatieven of netwerken nog geen ruchtbaarheid geven aan hun initiatief of netwerk. Onzekerheden over nog te nemen hobbels en het feit dat er nog geen resultaten zijn geboekt, maken dat partijen hierin terughoudend zijn. Door aan te geven dat het verkennend is maar de ambities toch al in een vroeg stadium uit te dragen, kunnen andere partijen enthousiast worden en zich in een vroeg stadium aansluiten.  

Inspiratie en leren - Netwerkvorming

000

Kom regelmatig bij elkaar, organiseer excursies
Veldbezoeken zijn vaak een ontspannen manier om direct de resultaten of stand van zaken in een gebied te aanschouwen en om elkaar te ontmoeten. Het is een geschikte gelegenheid om kennis en ervaringen uit te wisselen. Ook andere bijeenkomsten via tafels en dergelijke bieden gelegenheid om elkaar te inspireren. Inspiratie moet dus vanuit de sociale netwerken actief ingevuld worden! Dan pas bent u in staat om een robuust sociaal netwerk te worden.

000

Bespreek met elkaar wat u hebt geleerd
Het is goed om in een netwerk regelmatig te reflecteren op de voortgang op alle vier de opbrengsten: Sociaal netwerk, Inspiratie, Ecologie en Kosten en meerwaarde. Monitorresultaten, procesvoortgang en projectverloop kunnen aanleiding zijn om gezamenlijk te reflecteren en te leren. Niet alles zal goed gaan. Dat betekent dat u soms twee stappen vooruit, en dan weer één stap terug doet. Organiseer daarom een lerend netwerk. Een lerend netwerk komt alleen van de grond als iemand daarvoor het initiatief neemt en blijft nemen. 

000

Draag uw ambities en voortgang breed uit
Communicatie is allereerst in uw gebied van belang: wat doet u als bijenlandschap en waarom? Van belang daarbij is om problemen vóór te zijn. Overdenk alle problemen die kunnen ontstaan, bedenk hoe u daar proactief mee om kan gaan en hoe u problemen die anderen ondervinden snel op kunt lossen. Als u de ambities van het bijenlandschap uitdraagt, schets dan een reëel beeld wat mensen aan resultaten kunnen verwachten: hoelang gaat het duren voordat bermen bloemrijk worden bijvoorbeeld, of wat zijn de extra kosten (25-30%)? Geef ook aan als ambities breder zijn dan de ambitie voor bestuivers en spreek daarmee burgers aan. Bijvoorbeeld door het doel van bestuivers te verbreden naar biodiversiteit en gezondheid: maatregelen voor bestuivers zijn ook goed tegen plagen, zoals die van de eikenprocessierups. 

$49

Draag voorbeeldprojecten uit
Het is belangrijk om voorbeeldprojecten breed uit te dragen. Het kan anderen inspireren om ook dergelijke projecten in hun regio te realiseren.  

$49

Gebruik sociale media
Het regionale netwerk kan resultaten uitdragen via een website, via een app, via LinkedIn, Facebook of Nextdoor.nl etc. 

Inspriratie en leren - Planvorming

000

Deel successen en leerpunten binnen en buiten het sociale netwerk
Wees open over de resultaten van uw inspanningen, zowel successen als leerpunten, en laat zien dat u een lerend netwerk bent.

000

Draag ambitie en voortgang breed uit
Maak uzelf als bijenlandschap zichtbaar en draag de resultaten uit via een website, social media, stukken in de krant, op nationale bijeenkomsten etc.

Inspiratie en leren - Uitvoering

000

Monitor en evalueer het draagvlak voor maatregelen
Het is belangrijk om na te gaan of er draagvlak is bij overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bewoners voor de maatregelen. Bij een bloemenrand bestaat er bijvoorbeeld angst dat dit voor onkruid zorgt bij de gewassen. Monitor en evalueer of dit ook daadwerkelijk het geval is. Neem snel adequate maatregelen wanneer er overlast ontstaat.

000

Maak afspraken over blijven leren en verbeteren
Spreek vaste momenten af om te reflecteren op wat er in de eigen regio wordt gerealiseerd. Laat ook anderen van buitenaf, bijvoorbeeld andere overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties hierop reflecteren om te kunnen blijven leren en het eigen proces te verbeteren.

Ecologisch netwerk - Voorbereiding

000

Verken gebied en potenties voor flora en fauna
Om de kansrijkste maatregelen te bepalen waarop het bijenlandschap zich kan richten, is het van belang om de huidige belangrijke habitatplekken in het gebied te kennen en de potenties voor een habitat voor bestuivers in het gebied in kaart te brengen.

000

Benut kennis bij lokale organisaties: IVN, heemkundekringen etc.
Voorkom bij het opzetten van een bijenlandschap dat de ecologische kennis allemaal opnieuw opgedaan moet worden door betrokkenen in het regionale netwerk. IVN en heemkundekringen beschikken vaak al over veel lokale ecologische kennis die benut kan worden bij het plannen en realiseren van een bijenlandschap. 

Ecologisch netwerk - Netwerkvorming

000

Zorg in het programma voor diversiteit in:
* Type habitatelementen (voedsel- en nestelplekken)
* Type maatregelen (aanpassing beheer, inzaaien etc.)
* Type gebieden en grondeigenaren
Binnen de groep ‘bestuivers’ is veel variatie aan soorten met elk hun eigen randvoorwaarden. Bestuivers varen wel bij een gevarieerd landschap met verschillende soorten vegetatie en bij een diversiteit in maatregelen die gericht zijn op zowel meer voedsel (bloemen) als op meer nestelgelegenheden voor bestuivers. De diversiteit in type gebieden en deelnemende grondeigenaren zijn van belang om een robuust bijenlandschap te vormen van B&B-gebieden, Verbindend landschap en Bij-tankstations.   

000

Houd rekening met klimaatverandering
Door klimaatverandering schuift de klimaatzone waar een plant- of diersoort kan voorkomen op. Wanneer een soort niet in staat is om nieuwe geschikte leefgebieden te bereiken, wordt de kans groter dat deze soort uitsterft. Verbindend landschap en Bij-tankstations maken het voor bestuivers makkelijk om zich door ons agrarisch en stedelijk landschap te verplaatsen. Daardoor wordt het bijenlandschap klimaatrobuuster. Klimaatverandering biedt ook kansen. We moeten ons op allerlei manieren aanpassen aan extremere weersomstandigheden. Wanneer we dat op een landschap-gestuurde en natuurinclusieve manier doen, is dat gunstig voor bestuivers.  

000

Maak een regionale kansenkaart
Gebruik bij het maken van een regionale ‘kansenkaart’ de ‘ecoprofielen voor bestuivers’. Deze ecoprofielen zijn groepen van bestuivers die ongeveer dezelfde eisen stellen aan het type, de grootte en de samenhang van leefgebieden in het landschap. Met deze ecoprofielen kan de huidige situatie in een regio worden getoetst aan de randvoorwaarden die ze stellen aan het landschap. Ook wordt duidelijk hoe en waar het bijenlandschap het best versterkt kan worden. Daarnaast kunnen ook kaarten gemaakt worden met kansrijke plekken voor de ontwikkeling van voedselhabitat voor bestuivers (zandige bodem, zonnige plekken). Met deze informatie kan een wetenschappelijk onder- bouwd en concreet uitvoeringsplan worden opgesteld.

Ecologisch netwerk - Planvorming

000

Maak een monitoringsplan
Maak een monitoringsplan om de resultaten van genomen maatregelen inzichtelijk te maken. U kunt verschillende aspecten monitoren:

  • Locaties waar maatregelen zijn uitgevoerd. Dit geeft inzicht in de voort- gang van de uitvoer van maatregelen. Met de regionale kansenkaart kunt u kijken in hoeverre de maatregelen hebben bijgedragen aan een samenhangend bijenlandschap.
  • Kwaliteit van de uitvoer van maatregelen. Bij omschakeling naar bij-vriendelijk beheer moet een groenbeheerder heel anders te werk gaan. Het kost tijd om een beheersorganisatie met alle mensen die er werken om te vormen. Daarom is het belangrijk dit de eerste jaren goed te volgen en te begeleiden.
  • Aantallen en soorten bestuivers.

000

Voer alvast een nulmeting uit
Inventariseer eerst hoe het er met bestuivers in het gebied voorstaat, voordat u maatregelen op deze plekken neemt. Inventariseer ook een aantal controleplekken waar u geen maatregelen gaat nemen. Daarmee kunt u de monitoringsgegevens later corrigeren voor de natuurlijke schommelingen in aantallen bestuivers. Het inventariseren zou kunnen via burgerwetenschap, door bijvoorbeeld scholieren of bewoners te betrekken bij inventarisatieonderzoek onder begeleiding van een onderzoeksinstituut of -bureau.

000

Experimenteer (pilots)
Wacht niet met het nemen van maatregelen tot u alles weet en geregeld heeft, maar durf af te wijken van de ‘business as usual’. Oefen in pilots met bij-vriendelijke maatregelen en bij-vriendelijk beheer. Van dergelijke pilots kan immers veel geleerd worden en deze praktijkkennis draagt bij tot het omvormen van (de organisatie van) het beheer en inrichting van groen. Vandaar ook ons eerder uitgedragen motto om klein te beginnen.

Ecologisch netwerk - Uitvoering

000

Voer de geplande maatregelen uit!
Hier gaat het uiteindelijk om: de uitvoering van maatregelen om het landschap geschikter te maken voor grotere aantallen en meer soorten wilde bestuivers. Maak de uitvoering van maatregelen het belangrijkst in het netwerk. Laat de mensen die de maatregelen mogelijk maken of uitvoeren merken dat hun werk wordt gezien en wordt gewaardeerd.  

000

Voer de geplande monitoring uit
Als het goed is, is er een monitoringsplan gemaakt om de effecten van maatregelen in beeld te brengen. Zorg ervoor dat deze monitoring op de geplande tijdstippen en plekken wordt uitgevoerd.  

000

Evalueer monitoringsresultaten en stuur de uitvoering bij
Evalueer tussentijds de monitoringsresultaten. Hierdoor krijgt u inzicht in de voortgang en/of resultaten van het bijenlandschap. Zijn er nieuwe B&B-gebieden ontstaan, waar is Verbindend landschap gerealiseerd en waar is de dichtheid van Bij-tankstations toegenomen? Een tussentijdse evaluatie stelt u in staat om te leren en bij te sturen. Wanneer de genomen maatregelen aantoonbaar effect hebben, is dit erg motiverend voor het netwerk, zeker voor bestuurders en financiers. 

Kosten en meerwaarde - Voorbereiding

000

Zorg voor financiering, vrijstelling of vrijwillige invulling van de sleutelfiguur
Netwerkontwikkeling kost een sleutelfiguur doorgaans veel tijd. Wanneer een medewerker dit namens een organisatie doet, dient deze tijd financieel begroot te zijn of er dient iemand vrijgesteld te worden. Verder is het mogelijk dat een vrijwilliger als sleutelfiguur fungeert. Wanneer iemand voor deze rol aangesteld wordt dient daarvoor financiering geregeld te worden.

000

Verken mogelijkheden (private) financiering voor organisatie van het sociale netwerk
Geld is niet de enige drijfveer voor actoren om zich in te zetten en te investeren. Als deelnemers echter alles in hun vrije tijd moeten doen, is een sociaal netwerk kwetsbaar en blijft het klein. Daarom is het goed om de financiering te regelen voor mensen die het netwerk kunnen ontwikkelen of voor actoren die veel investeren in tijd en geld. Maak het voor actoren die niet gefinancierd worden makkelijker om deel te nemen, bijvoorbeeld door ’s avonds te vergaderen in plaats van overdag. Ook voor de uitvoering van maatregelen is doorgaans financiering nodig. Breng bronnen in kaart waar mogelijk geld vandaan kan komen, zoals provincie, gemeenten, waterschappen, bedrijven of maatschappelijke organisaties. Ook kan gedacht worden aan sponsoring door een lokale bank, supermarkt of Rotaryclub.

Kosten en meerwaarde - Netwerkvorming

000

Maak bij uw doelen een bijbehorende begroting, neem monitoring hierin mee
Houd er rekening mee dat budgetten kunnen wegvallen of juist beschikbaar komen en uitvoeringsprojecten duurder of goedkoper kunnen uitpakken. Stel uw kortetermijndoelen bij wanneer budgetten verminderen terwijl een uitvoeringsprogramma nog loopt. En houd ideeën voor maatregelen of projecten achter de hand voor het geval er onverwacht budget is. 

000

Zoek naar financiering uit diverse bronnen en voor lange termijn, passend bij schaal en ambitie
Bij financiering is het belangrijk om spreiding in de bronnen te hebben: dat betekent minder kwetsbaarheid als er een financieringsstroom (tijdelijk) wegvalt. Bij het wegvallen van een geldstroom komen dan niet alle activiteiten meteen stil te liggen.

Kosten en meerwaarde - Planvorming

000

Investeer in alle type opbrengsten van het bijenlandschap
Streef naar investeringen in alle ‘opbrengsten’ van het bijenlandschap (Sociaal netwerk, Inspiratie en leren, Ecologisch netwerk en Kosten en meerwaarde) en streef naar financiering voor de langere termijn (ten minste vijf jaar). Probeer budgetten die bedoeld zijn voor het bevorderen van bestuivers zo goed mogelijk te oormerken. Denk niet alleen aan kosten voor aanleg en inrichting, maar ook aan budget voor beheer en onderhoud. Wanneer het oormerken van geld niet gebeurt, zien we regelmatig dat het budget speelbal wordt van politieke spelletjes rond allocatie van budgetten. Bordjes omtrent activiteiten worden verhangen en politiek of ambtelijk opportunisme bepaalt dan waar het geld naartoe gaat.  

000

Bedenk wat het bijenlandschap ook op andere vlakken oplevert en hoe u dit zichtbaar kunt maken
Een Bijenlandschap kan veel meer opleveren dan alleen een landschap dat geschikt is voor bestuivers. Ga na welke andere meerwaarde de activiteiten van het bijenlandschap opleveren. Dit kan variëren van meer water inzijging tot meer recreanten of een positievere beleving van een gebied. Denk alvast na hoe u deze meerwaarde zichtbaar kunt maken en hoe u de benodigde gegevens daarvoor kunt verzamelen. 

Kosten en meerwaarde - Uitvoering

000

Monitor en evalueer de kosten en meerwaarde
Ga na waar het geld daadwerkelijk aan is besteed. Zijn er mee- of tegenvallers? Wat betekent dit voor nog geplande activiteiten? Waar is belang- rijke meerwaarde ontstaan? Is dat voldoende zichtbaar bij de juiste partijen?

Hulp bij analyse ingevulde Routekaart Bijenlandschap

Na het aanvinken van de opbrengsten in de routekaart is het tijd om de balans op te maken en het resultaat te analyseren. Stappen om met de partners in het netwerk te doorlopen:

  • Bepaal voor elk van de ‘opbrengsten’ (weergegeven in de kolommen) in welke fase u ongeveer zit (weergegeven in de rijen).
  • Beschouw in meer detail per ‘opbrengst’ en de fase waar u in zit, welke succesfactoren op orde zijn en welke nog niet. Bedenk voor de laatste categorie wat er zou moeten gebeuren om deze op orde te brengen.
  • Wanneer u voor verschillende ‘opbrengsten’ in een andere fase zit, behoeft dat aandacht: Probeer om de ‘opbrengsten’ die achterlopen naar dezelfde fase bij te trekken.
  • Kijk ook vooruit naar de succesfactoren in de vervolgfases. 
  • Bepaal aan de hand van bovenstaande stappen met elkaar aan welke succesfactoren u het best kunt werken om de effectiviteit van het netwerk te versterken. Formuleer daarvoor een strategie en vervolgstappen. Wees daarbij zo specifiek mogelijk: wie gaat wat, wanneer en hoe verwezenlijken?

Vaak is de fase waarin een netwerk zich bevindt niet voor elk van de vier ‘opbrengsten’ gelijk. In de praktijk zien we dat veel partijen bij de vorming van het sociaal netwerk vooral met inspiratie uit de buitenwereld en met elkaar bezig zijn en dat het beginnende netwerk probeert de financiën te regelen. In de planvormingsfase worden de ecologische opbrengsten en de econo- mische aspecten belangrijker. Het is de kunst om ervoor te zorgen dat in een bijenlandschap de vier soorten opbrengsten niet te veel in fases uit elkaar gaan lopen, liefst niet meer dan één. 

Het invullen van de routekaart vervangt niet de gesprekken over vervolgstappen en strategie in het netwerk, maar is juist een hulpmiddel om dit gesprek meer focus en verdieping te geven. Vragen die een bijenlandschap zich kan stellen bij het bepalen van de vervolgstappen:

  • Zijn we een bijenlandschap? Zo niet, zouden we dat willen zijn?
  • Is ons bijenlandschap robuust? (Dat is niet meteen uit de afzonderlijke vinkjes op te maken, maar meer uit het totaalbeeld.)
  • In welke opzichten/opbrengsten is ons bijenlandschap sterk, welke opbrengsten zijn nog minder ver ontwikkeld?
  • Hoe kunnen we de opbrengsten die minder ver ontwikkeld zijn een impuls geven?

Verder lezen

Wegwijzerbestuivers.nl
Portaal (webpagina) die u helpt om informatie over bestuivers te vinden die u nodig heeft.

Hulpvoorbestuivers.nl
Online tool voor ‘advies op maat’ over de mogelijkheden om bijen en zweef- vliegen te bevorderen op uw eigen terrein.

Bestuivers.nl
Toegankelijke informatie over alle mogelijke aspecten van bestuivers in Nederland.

Training “Samen werken aan het bijenlandschap”
Compacte training over het belang om samen te werken aan een landschap voor wilde bestuivers en een methodiek die hierbij gebruikt kan worden.

Producten Kennisimpuls bestuivers
Resultaten van het onderzoeksprogramma Kennisimpuls Bestuivers, gefinancierd door het Ministerie van LNV, ter ondersteuning van de Nationale Bijenstrategie.

Online overzicht van initatieven voor wilde bestuivers
Kaart van Nederland met een overzicht van lokale initiatieven voor bestuivers. Kies bij de pop-up "Sign in" voor “Cancel” of “Annuleer”. 

Bijlage ‘4 returns-model’ van Commonland

Voor het ontwerpen of evalueren van bijenlandschappen maakten we gebruik van verschillende bestaande concepten die Ferweda al eerder combineerde. De wijze waarop wij deze bestaande inzichten hier combineren, is daarmee niet nieuw. Het kan als verdiepende leidraad worden gezien voor bijenlandschappen. Ferweda introduceerde de vier returns (hier in de handleiding ‘opbrengsten’ genoemd’). De vier returns bieden een raamwerk hoe aan landschapsontwikkeling kan worden gewerkt in een tijdsbestek van twintig jaar en voor drie verschillende landschapszones. De opbrengsten van een bijenlandschap zoals gepresenteerd in de Routekaart Bijenlandschap zijn gebaseerd op het ‘4 returns-model’ van Commonland (Brasser & Ferweda, 2017).

Het 4 returns-model van Commonland

Met dit model promoot de organisatie Commonland landschapsherstel binnen een enkele generatie (twintig jaar). De vier opbrengsten bestaan uit: Natuurlijk kapitaal (biodiversiteit), Financieel kapitaal (lange termijn duurzame profit), Sociaal kapitaal (banen, zekerheid, scholing, bedrijfsactiviteiten) en Inspiratie (hoop en betekenisgeving). Geïnspireerd op dit model beschouwen we een regio-initiatief waarbij stakeholders worden gemobiliseerd en er een bijenlandschap ontstaat als ‘sociaal kapitaal’. De opbrengst ‘financieel kapitaal’ vatten we breder op dan alleen economisch en financieel; we beschouwen hierbij ook maatschappelijke waarden die kunnen ontstaan. Bij ‘natuurlijk kapitaal’ kijken we naast de opbrengst in biodiversiteit ook naar gunstige milieucondities en beheer. De opbrengst ‘Inspiratie’ hebben we in deze routekaart ingevuld met kennis ontwikkelen, kennis delen en gezamenlijk leren.